Je hoort genoeg verhalen over stadskinderen die weten te vertellen dat melk uit de supermarkt komt en niet uit een koe. We gaan zaadjes planten, gewoon, omdat dat leuk is, maar natuurlijk ook een beetje om te laten zien dat groente en fruit niet alleen in de supermarkt te verkrijgen zijn. ‘Steijn, we gaan zaadjes planten. Het zijn radijsjes en als de radijsjes groot genoeg zijn, dan kunnen we ze opeten. Schep de aarde maar in het bakje. Goed zo, dan gaan we er nu wat zaadjes opleggen en nu nog een beetje aarde over de zaadjes heen.’ ‘Oh leuk, gaan we de zaadjes verstoppen mama?’ ‘Ja precies, we gaan de zaadjes verstoppen.’ Steijn heeft er helemaal zin in, want wat is er nou leuker dan verstoppertje spelen.
Een veel terugkerend ritueel: ‘Mama nu moet jij je achter de deur verstoppen, dan ga ik je zoeken.’ ‘Nou Steijn, het idee van verstoppertje spelen is dat je nog niet weet waar ik verstopt ben en dat jij me dan moet zoeken.’ ‘Neehee, jij moet je achter de deur verstoppen.’ ‘Goed, ga jij maar tellen dan ga ik me verstoppen.’ Totaal verrast als ik niet achter de deur blijk te zitten, geen idee waar en hoe er gezocht moet worden, maar wel elke keer weer even spannend! ‘Ga jij je nu maar verstoppen Steijn, dan ga ik tellen. Terwijl Steijn, breeduit, om een hoekje kijkt hoe ik naar hem zoek, vraag ik me af, ‘waar zou Steijn zich verstopt hebben?’ Binnen één tel hoor je dan, ‘ik ben hier mama.’ Afijn, we blijven oefenen.
De zaadjes zitten inmiddels verstopt onder de grond. Maar wat verstopt is moet ook weer gevonden worden, vindt Steijn. Dus komt hij met zijn schepje aan, ‘gaan we nu de zaadjes weer zoeken, hè mama’. Ik kan nog net voorkomen dat de zaadjes met aarde en al weer uit het bakje gehaald worden (en op de grond gegooid).
Nu maar geduld hebben, todat de zaadjes gaan groeien en we weten allemaal dat kinderen erg veel geduld hebben .